Zingen met je hele lijf

Als je iemand vraagt wat je voornamelijk gebruikt bij het zingen, zullen velen er niet aan denken om ‘het lijf’ te noemen. Er wordt voornamelijk gedacht aan de stembanden want daar komt het geluid vandaan; hier maak je de tonen. Ook de ademhaling word veel genoemd; leren om via je buik te ademen is wat veel leerlingen graag willen leren. Nu zitten je stembanden in je strottenhoofd en is je instrument dus onderdeel van je lijf. Okay, dat klinkt vrij logisch. Maar poets je lijf niet uit!

Om te kunnen zingen, gebruik je veel onderdelen van je lichaam;
zingen doe je met je hele lijf!

Je houding is bepalend voor hoe je stem klinkt als je zingt. Alleen al in de goede houding staan, is voor veel leerlingen al best lastig. Niet iedereen heeft een goede houding aangeleerd en deze zul je deze eerst af moeten leren. Dat is niet zomaar gedaan.

Als je je lijf op de juiste manier inzet dan kun je daarmee je stembanden als het ware ondersteunen als je zingt. Je gebruikt daarbij je knieeën, je buikspieren, je rugspieren en je let op je schouders en nek. Je zingt met je hele lijf en gebruikt dus veel meer spieren dan dat je in eerste instantie dacht.

 

 

Een manier om op vele momenten op de dag aan beter zingen te werken, is door vaak even aan je houding te denken. Sta je bij de supermarkt in de rij? Check eens hoe je staat; sta je met beide voeten op de grond en verdeel je je gewicht goed of hang je op één been? Is je rug recht of sta je een beetje krom? Staat je hoofd recht op je romp of hangt’ie misschien iets voorover waardoor je ook je schouders een beetje mee naar voren trekt?

Allemaal punten om even bij stil te staan; constateren is vaak al genoeg. En je weet al snel wat je aan kunt passen om een goede houding te krijgen. Dit kun je op vele momenten van de dag even bedenken, waardoor je automatisch steeds vaker de juiste houding aanneemt als je staat of zit.

Leave a Reply